fbpx
Back to top

de do’s en don’ts van copywriting: wat is het en hoe begin je eraan.

Schrijven. We kunnen het allemaal, toch? Het is net als spreken, maar dan op papier. Gewoon even extra letten op je spelling en klaar is kees. Wanneer je teksten nodig hebt voor je bedrijf, is het echter belangrijk dat deze worden geschreven met een duidelijk doel voor ogen. Dat heeft impact op de woorden die je gebruikt, de hoeveelheid tekst die je schrijft en de manier waarop de tekst is opgesteld. Op zijn beurt zorgt dat ervoor dat je doelgroep zich aangesproken voelt en hopelijk de actie zal ondernemen die jij wenst. 

Dat is ook meteen het verschil tussen schrijven en copywriting. Een copywriter wordt meestal ingeschakeld om commerciële redenen. Omdat jij op je website, in je brochure of op social media mensen wil informeren of overtuigen. In deze blog leggen we je graag uit waar je zelf op kan letten bij het schrijven van krachtige, overtuigende teksten. Het enige wat je moet onthouden zijn de drie s’en: structuur, spelling en stijl.

Structuur.

Of je nu een e-mail, advertentie of blog aan het schrijven bent, een logische structuur is het begin van een vlotte tekst. Denk daarom voor je begint met schrijven na over hoe je de tekst wil opbouwen. Dit zal ervoor zorgen dat je duidelijkheid schept voor zowel jezelf als voor de lezer. Je publiek begint immers te lezen volgens een bepaald verwachtingspatroon. Een goede tekst start met een titel die enerzijds verklapt waarover de tekst zal gaan en anderzijds genoeg prikkelt, zodat de lezer zin krijgt om verder te lezen. Daarna schets je in de intro de situatie of het probleem waarvoor jij een oplossing zal geven. In het midden is het belangrijk dat je veel aandacht besteedt aan de leesbaarheid van je tekst. Werk dus met tussentitels en gebruik waar nodig opsommingstekens. Dit leest een pak vlotter dan alles in één keer onder elkaar neer te pennen.

Bij langere tekstblokken is het een goed idee om kernwoorden in het vet te zetten. Veel mensen zullen de tekst ‘scannen’ en zo trek je hun aandacht automatisch naar de juiste zinnen. Het einde van de tekst kan een conclusie, samenvatting of call to action zijn. Hou dit kort en focus op wat je wil dat de mensen onthouden of doen na het lezen van je tekst. Vind je het moeilijk om te weten hoe lang je tekst moet zijn? Je mag net zoveel woorden gebruiken als nodig om je boodschap duidelijk te maken. Vraag je vooral af of de informatie duidelijk is voor iemand die voor de eerste keer in contact komt met jouw bedrijf. Schrijven om te schrijven heeft geen zin! Beperk je dus tot de relevante info, maar wees niet bang om iets langere copy te schrijven als je in de diepte wil gaan. Long copy kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat Google jou als autoriteit beschouwt omtrent een bepaald topic en jouw website bijgevolg hoger zal ranken. Bij webteksten is het sowieso altijd een goed idee om rekening te houden met keywords. Dit zijn woorden die belangrijk zijn binnen jouw sector en die mensen vaak intypen als ze op zoek gaan naar jouw product of dienst. Over zoekmachine optimalisatie of SEO schreef mijn collega Louis al een blog, lees deze hier.

Spelling.

Van een copywriter verwacht je natuurlijk dat hij of zij de spellingsregels juist kan toepassen. Niets komt onprofessioneler over dan een tekst die afgesloten wordt met een joekel van een dt-fout. Dit kan meteen voor een negatief gevoel zorgen, ook al is jouw tekst inhoudelijk goed opgesteld. Vind je het moeilijk om te weten of alles correct is geschreven? Soms heb je een eigen tekst al zo vaak overlezen dat je jouw eigen fouten niet meer ziet. Laat de finale versie dus zeker nog eens nalezen door iemand die de tekst voor het eerst ziet. Als je twijfelt over bepaalde woorden of zinnen, kan je dit best even googelen of opzoeken in een woordenboek. Op websites als taaladvies.net en vrttaal.net vind je duidelijke antwoorden op al je spellingsvragen. Verder leggen we graag nog enkele spellingregels uit waar heel vaak fouten tegen gemaakt worden. Gewoon, ter opfrissing. 😉

De DT-regel

• Bij de eerste persoon (ik-vorm): gebruik de stam van het werkwoord. De stam is de infinitief zonder -en. Bijvoorbeeld: ik word. Je hoeft niets toe te voegen.

• Bij de tweede en derde persoon (jij/hij/zij/het): gebruik de stam van het werkwoord en voeg een -t toe. Bijvoorbeeld: hij wordt.

• Uitzondering: wanneer de tweede persoon na het werkwoord komt, mag je geen -t toevoegen. Dan gebruik je gewoon de stam. Bijvoorbeeld: word jij?

• In de verleden tijd gebruik je ook de stam van het werkwoord en voeg je -te of -de toe. Bijvoorbeeld: ik wachtte. Jij vergrootte. Hij landde.

• Bij een voltooid deelwoord kan je gewoon vergelijken met de verledentijdsvorm. Eindigt die op een -t, dan eindigt het voltooid deelwoord ook op een -t. Bijvoorbeeld: ik heb geprobeerd (want de verleden tijd is probeerde, met een -d). 

Tip: vervang het werkwoord door een ander werkwoord waarvan de stam niet op een -d eindigt. Weet je niet zeker of ‘Vind jij’ met -d of -dt is? Vervang vinden dan door lopen. Het is ‘Loop jij?’ (zonder toevoeging van -t) en dus ook ‘Vind jij?’. We zeggen wel ‘Jij loopt’ (met toevoeging van -t) en dus ook ‘Jij vindt’.

De die/dat regel

• Wordt het woord voorafgegaan door het lidwoord de? Dan gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die.

• Wordt het woord voorafgegaan door het lidwoord het? Dan gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat. Eenvoudig te onthouden: zowel ‘het’ als ‘dat’ eindigen op een -t. We zeggen dus ‘de handtas die ik kocht’, maar ‘het tasje dat ik ben verloren’.

De jou/jouw regel

• Wordt het gebruikt als bezittelijk voornaamwoord? Dan gebruik je jouw, altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord (= hetgeen je bezit). Bijvoorbeeld: Ik heb jouw trui vast.

• Wordt het gebruikt als persoonlijk voornaamwoord? Dan gebruik je jou. Een persoonlijk voornaamwoord staat op zich en zegt niet over een ander woord. Bijvoorbeeld: Ik vind jou leuk.

Tip: je kan jou/jouw gemakkelijk vervangen door mij/mijn. ‘Ik zie je bij mijn thuis,’ klinkt bijvoorbeeld niet correct. Het moet ‘bij mij thuis’ zijn, en bijgevolg ook ‘bij jou thuis’. ‘Kom je naar mij huis?’ klinkt ook weer niet goed. De juiste vorm hier is mijn, en dus ook jouw.

Stijl.

Een van de belangrijkste dingen die een copywriter moet doen, is de juiste tone of voice bepalen. Dat is eigenlijk heel logisch. In het echte leven praat je ook anders tegen je vrienden dan dat je tegen een klant zou doen. Als copywriter moet je dus goed weten voor wie de tekst bedoeld is. Pas dan kan je beginnen met het creëren van een verhaal, vandaar de term storytelling. Je hebt immers een doel voor ogen, zoals meer leads of verkoop genereren, maar dat mag natuurlijk niet te expliciet zijn. Je neemt de lezer mee in een verhaal waarin het logisch is dat ze voor jou moeten kiezen. Een consistente tone of voice zorgt voor identiteit en herkenbaarheid. Het is ook handig om te bepalen hoe je de lezer zal aanspreken. Wil je de lezer formeel of informeel behandelen? Mag het wat luchtiger zijn of hou je je graag aan de feiten? Als je ‘je’ en ‘jouw’ gebruikt, let er dan op dat je een paar zinnen verder niet plots ‘u’ of ‘uw’ schrijft.

Als copywriter moet je je telkens verdiepen in een bepaalde sector of een bepaald product. Research is dus van levensbelang! Kijk gerust eens wat de concurrentie doet. Dit helpt niet enkel om jezelf te differenti ren (waar maak jij het verschil ten opzichte van anderen?), maar zorgt er ook voor dat je geen relevante zaken vergeet te vermelden. Het is verleidelijk om te vervallen in clich s zoals ‘wij hebben x aantal jaren ervaring’ of ‘ons product is van topkwaliteit’. Dat kan allemaal waar zijn, maar een copywriter zal altijd op zoek gaan naar een extra onderscheidend kenmerk. Enkel zo kan je verbinding maken met je doelgroep.

Laatste check.

Het lijkt een hele boterham, maar zoals bij alles geldt: oefening baart kunst. Om af te sluiten, sommen we graag nog eens de belangrijkste tips & tricks op. Check ze voor één na het schrijven van je tekst, dan kan er al niet veel meer fout lopen.

• Geef je tekst voldoende ademruimte. Dit doe je door te werken met voldoende tussentitels, alinea’s en enters.

• Gebruik voegwoorden om de tekst te structuren. Voegwoorden geven context, denk aan woorden als ‘omdat’, ‘want’, ‘toch’, ‘maar’, ‘hoewel’, ‘bovendien’, …

• Schrijf altijd probleemoplossend. Plaats jezelf in de positie van je klanten en bedenk welke voordelen jij hen kan bieden.

• Gebruik positieve bewoordingen en leg uit waarom iets zo is. Zeg dus niet ‘het is niet mogelijk om online te bestellen’, maar zeg ‘wij kiezen ervoor om persoonlijk contact met onze klanten te hebben.’

Vermijd herhalingen. Gebruik synoniemen, geef voldoende voorbeelden en schrap overbodige zinnen.

• Ook belangrijk: vermijd ‘luie woorden’ als kunnen, willen en zullen. Dit zijn modale werkwoorden die vaak overbodig zijn. We zijn doeners!

Vermijd lange zinnen en vakjargon. Zorg ervoor dat iedereen snapt wat je bedoelt.

• Controleer je spelling en laat de tekst nalezen door iemand die niet thuis is in jouw sector.

• Wees consistent in hoe je jouw doelgroep aanspreekt en welke boodschap je vertelt. 

Vind je het toch net iets te moeilijk? Dan kan je gewoon beroep doen op onze schrijfmevrouw Kim. Die duikt maar al te graag in jouw verhaal. Je hoeft maar een keer te investeren in goede teksten, daarna kan je die ontelbaar keer hergebruiken. Copy that. 

Geschreven door:

Pieter-Jan Mollie - stamhoofd van Thinkedge & Thinkademy. Prettig gestoorde ondernemer, digital native en public speaker. Verslaafd aan vooruitgang, technologie en mensen inspireren. Geïnspireerd door technologie, Disney & boeken. Daag me uit, liever vandaag dan morgen.

logo wit